Álex Márquez verklaart waarom hij het lastig heeft in MotoGP 2026
In dit artikel:
Álex Márquez boekte in 2025 zijn doorbraak met drie overwinningen en de tweede plek in het kampioenschap op een jaar oude Ducati. Daarop kreeg hij voor 2026 bij Gresini Racing de splinternieuwe GP26, hetzelfde model als dat van fabrieksrijders Marc Márquez en Francesco Bagnaia en teamgenoot Fabio Di Giannantonio. Toch heeft Márquez in de eerste drie raceweekenden dit seizoen moeite om die stap te bevestigen: hij staat momenteel pas achtste met 28 punten, ruim achter de best presterende Ducati-rijder Di Giannantonio.
De belangrijkste verklaring is technisch en stijlgebonden: de GP26 blijkt minder goed te passen bij Márquez’ natuurlijke rijstijl dan de GP24 van vorig jaar, ondanks dat hij onderdelen van die oudere machine—onder andere op aerodynamisch gebied—heeft overgenomen. Márquez zegt zelf dat hij nog ongeveer twintig procent mist en zich nog niet echt goed voelt op de motor; daardoor rijdt hij dit seizoen meer op veilig en probeert punten te sparen dan maximaal te pushen.
Resultaat is wisselvalligheid: nul punten in Thailand, magere optredens in Brazilië en de VS, en in Austin een vierde plaats in de sprint die grotendeels voortkwam uit de omstandigheden en crashes vóór hem. Daarnaast maakt het veranderde machtsbeeld in de MotoGP het extra lastig: Aprilia en Marco Bezzecchi zijn op dit moment dominant, wat Ducati dwingt de limiet te zoeken — iets wat op de GP26 lastig is vanwege veel beweging en onzekerheid over beschikbare grip.
De afgelasting van de Grand Prix van Qatar levert Márquez juist extra tijd op om data en instellingen door te nemen en te verbeteren richting Jerez. Hij blijft gemotiveerd en gelooft dat stapsgewijs vooruitgang mogelijk is, maar erkent dat het vinden van de juiste balans en het verkennen van de limiet op de GP26 vooralsnog de grootste uitdaging is.