Achter de schermen in Dakar: Veel openheid en een lekke band in de woestijn

zondag, 18 januari 2026 (17:05) - Motorsport.com

In dit artikel:

Als verslaggever was ik tijdens de eerste twee volle weken van januari ter plaatse bij de 48e Dakar Rally in Saudi-Arabië om dagelijks te rapporteren vanuit het bivak en het mediacentrum. De jaarwisseling verliep anders dan gebruikelijk: op oudjaarsdag vloog ik via Istanbul naar Yanbu en arriveerde daar in de vroege uren van 1 januari, zette mijn tent naast het mediacentrum op en begon meteen aan het intensieve ritme van voorbereidingen en perswerk.

De eerste officiële activiteit was op 2 januari met mediasessies en persconferenties waar zowel titelverdedigers als favorieten bij auto’s en motoren verschenen. De proloog van 3 januari (23 km) telde alleen voor de motoren mee voor het algemeen klassement; bij auto’s en trucks diende hij vooral voor de startvolgorde. Tijdens die eerste dagen viel op hoe klein het snelheidsverschil tussen de Stock-auto's van Defender en de top T1+ bolides inmiddels is: waar dat eerder minuten per kilometer waren, gaat het nu om seconden, aldus een teambaas.

Het werkritme bestond uit vroege ochtenden, vluchten tussen etappeplaatsen en lange dagen in het mediacentrum om verslagen te maken en deelnemers te spreken. De karavaan bleef sommige dagen op één plek — perfect om direct bij finishlijnen en in het bivak interviews te doen — terwijl er andere dagen werd doorgevlogen: Yanbu, Al-‘Ula, Ha’il, Riyadh, Wadi Ad-Dawasir, Bisha en Al Henakiyah figureerden als tussenstops. Het leven in het bivak is spartaan: journalisten slapen in tenten naast het mediacentrum, krijgen toegang tot een cateringtent waar dagelijks duizenden maaltijden worden geserveerd en ervaren veel zand, stof en wisselende douches (soms bijna bevroren, soms warm).

Een van de Dakar-typische elementen is de marathonetappe: teams overnachten één nacht zonder assistentie van hun crew, met alleen een voedselpakket en minimale uitrusting. Dit contrast tussen luxe (topteams in campers) en kaalheid (deelnemers in eenvoudige tenten) was goed merkbaar. Ook de praktische kant van onderweg speelde: tijdens een transfer naar het marathonbivak kreeg ons busje een lekke band die pas na meer dan een uur met hulp van een hamer los te krijgen was — even voelde ik me een van de deelnemers.

De rustdag in Riyadh bleek weinig rust voor de teams en pers: monteurs en rijders gebruiken die dag om voertuigen klaar te maken voor week twee, journalisten om diepergaande gesprekken te voeren. Ik sprak onder anderen Carlos Sainz, Sébastien Loeb en motorrijders zoals Luciano Benavides en Edgar Canet. Canet noemde de Nederlander Collin Veijer een goede vriend en verwachtte dat hij zou blijven knokken om vooraan te rijden. Debutant Ian Olthof vertelde eerlijk dat een speciale van 400 km naar zijn gevoel eigenlijk “100 km te lang” was — een illustratie van de fysieke en mentale tol van lange dagen in de woestijn.

Sportief leverde Dakar drama en emotie. Tijdens de tweede week maakte Nasser Al-Attiyah een beslissende slag bij de auto’s; hij verzekerde zich van zijn zesde eindzege. Bij de trucks won Vaidotas Zala. Op de motoren voltrok zich een bloedstollende finale: Luciano Benavides won de Rally Dakar met slechts twee seconden voorsprong — een uitkomst die niemand bij de finish meteen geloofde en die Ricky Brabec, die bij een navigatiefout verloor, diep teleurstelde. Ook momenten van ontlading en verdriet waren er: Nani Roma brak in tranen uit nadat hij een forse voorsprong had zien verdampen.

De sfeer in het bivak viel op: rijders, teambazen en staf waren meestal toegankelijk, vriendelijk en behulpzaam, wat interviews en informele gesprekken vergemakkelijkte. Bekende namen als Mark Cavendish waren ook aanwezig; hij deelde anekdotes over zijn motorsportjeugd en reikte later tijdens de podiumceremonie de trofee uit aan Benavides. Naast sportieve hoogte- en dieptepunten bleken kleine menselijke verhalen waardevol — van jarige deelnemers tot fabrieksmensen die hun teams terugzien na zware etappes.

Organisatorisch is Dakar een groot, mobiel dorp dat door A.S.O. wordt geregeld: van podiumoptredens en historische bezoeken in Yanbu tot de logistiek van vluchten voor media en deelnemers. Praktische ongemakken — natte of juist ijskoude douches, veel zand, en het herhaaldelijk inpakken van tent en slaapspullen — horen erbij, net als geboden comforts zoals een hotelovernachting voor de media tijdens een hectische verplaatsing.

Voor mij als verslaggever was Dakar 2026 intens, veeleisend en onvergetelijk: veel reizen, weinig slaap, maar veel unieke ontmoetingen en sportieve spanning. De ervaring werd afgesloten met een gevoel van waardering voor de open sfeer en kameraadschap in het bivak, en de persoonlijke wens om volgend jaar weer langs de route te staan.