Aanpassingen F1-regels: Stap vooruit, maar er blijft werk aan de winkel
In dit artikel:
Voorafgaand aan de Grand Prix van Miami voerde de Formule 1 kleine aanpassingen door aan het 2026-reglement om het racen te verbeteren, maar de reacties van coureurs laten zien dat die wijzigingen niet afdoende waren. Tijdens het weekend in Miami — na een onderbreking van vijf weken — werd geprobeerd kritiek op de nieuwe regels te pareren. De 2026-wijzigingen zelf brachten kleinere, lichtere auto’s en nieuwe hybride krachtbronnen met bijna gelijke verdeling tussen elektrisch en verbrandingsvermogen, waardoor energiemanagement een veel grotere rol speelt.
De tweaks omvatten onder meer minder energieterugwinning in de kwalificatie en een verhoging van ‘superclipping’ naar 350 kW, met als doel voorspelbaardere snelheidsveranderingen. Dat leidde tot enkele verbeteringen in kwalificatieruns, maar in de races bleef het ‘yo-yo racen’ zichtbaar: herhaalde inhaalacties en terugpakken, zoals tussen Charles Leclerc en winnaar Kimi Antonelli. Leclerc noemde het “een stap in de goede richting”, maar vond dat gevechten niet wezenlijk anders zijn.
Meerdere topcoureurs uitten kritiek: Lando Norris sprak van een kleine vooruitgang maar zei dat rijders nog steeds gestraft worden als ze voluit gaan; Oscar Piastri merkte op dat grote snelheidsverschillen in inhaalmomenten het lastig maken om moves in te schatten. Max Verstappen blijft uitgesproken tegenstander van de nieuwe opzet en vindt het resultaat nog niet hoe racen zou moeten zijn, al voelde de auto iets minder stressvol.
Kortom: aanpassingen geven lichte verbetering maar lossen de fundamentele problemen niet op. De FIA kijkt alvast naar grotere wijzigingen voor 2027, mogelijk met een kleinere rol voor elektrische energie.