44-jarige Alonso twijfelt niet aan eigen kunnen: "Ben nog steeds de snelste"
In dit artikel:
Fernando Alonso reageert nuchter op de motorproblemen die Aston Martin dit seizoen met Honda ondervindt. Honda levert dit jaar exclusief krachtbronnen aan het Britse team, maar de nieuwe motor kampte aanvankelijk met flinke kinderziektes — met name hevige trillingen — waardoor zowel mensen als onderdelen te lijden hadden. In de beginfase konden Alonso en teamgenoot Lance Stroll volgens eigen zeggen vaak maar 15–25 ronden rijden zonder risico op blijvende schade; beschadigde componenten en een tekort aan onderdelen, onder meer batterijen, volgden.
De trillingen zijn inmiddels verholpen, maar Aston Martin blijft achterlopen op de concurrentie. Om die kloof te dichten heeft de FIA Honda onder het ADUO-mechanisme extra ontwikkeltijd en -geld gegeven. Alonso noemt dat een positieve stap: meer dyno-tijd, mensen en ontwikkelruimte zijn volgens hem nodig om zowel vermogen als betrouwbaarheid te verbeteren, maar resultaten kosten tijd.
Persoonlijk toont Alonso zich onvermurwbaar zelfverzekerd over zijn niveau. Op de vraag hoe hij zijn vorm in een moeizaam seizoen meet, antwoordde hij kort: "Ik ben de beste." Zijn motivatie haalt hij uit het wachten op de juiste kans en uit het helpen van het team en het scherp houden van zijn racegevoel. Om dat scherpte te bewaren rijdt hij bewust ook in andere categorieën; als hij daar niet meer bovenaan zou staan, zou hem dat zorgen baren — voorlopig zegt hij dat nog niet het geval is.
Daarnaast uit Alonso kritiek op het hedendaagse racen in de Formule 1: veel inhaalacties zouden volgens hem minder voortkomen uit puur racen en meer uit batterijmanagement. "Dat is geen inhalen," aldus Alonso, die daarmee wijst op de veranderende rol van energiebeheer in wedstrijden.