20 jaar terug: Hoe Rosberg van P21 naar punten reed bij zijn F1-debuut
In dit artikel:
Op 12 maart 2006 maakte Nico Rosberg zijn Formule 1-debuut in de Grand Prix van Bahrein op het circuit van Sakhir, als 20-jarige rookie bij Williams naast Mark Webber. Na een seizoen als GP2-kampioen (2005) en maanden als testcoureur werd hij door het team geprezen om zijn racetalent en technische inzicht. Tijdens de nieuwe Q1/Q2/Q3-kwalificatie haalde Rosberg Q2 en startte vanaf de 12e plaats.
De race begon dramatisch: in de eerste ronde raakte hij Nick Heidfeld, waardoor zijn voorvleugel beschadigde en hij terugviel naar de laatste positie, bijna een minuut achter de kopgroep. Wat volgde was een indrukwekkende inhaalrace: met constant tempo klom hij langzaam op en passeerde onder meer Takuma Sato, Scott Speed, Heidfeld, David Coulthard en Christian Klien. Na 57 ronden finishte Rosberg als zevende en pakte daarmee twee WK-punten. Bovendien reed hij de snelste ronde van de wedstrijd, sneller dan o.a. Fernando Alonso en Michael Schumacher, waarmee hij destijds de jongste coureur werd met de snelste ronde in een Grand Prix.
Rosberg omschreef het gevoel na de race eerlijk: hij dacht aanvankelijk dat het voorbij was toen hij het pitbord zag dat hij laatste lag, maar daarna begon hij posities te winnen en bleef hij pushen. Met zijn debuut stelde hij meteen zijn snelheid en vechtlust tentoon, ondanks dat het seizoen verder wisselvallig verliep door technische problemen en fouten.
Het debuut van 2006 legde de basis voor een succesvolle F1-carrière die uiteindelijk culmineerde in het wereldkampioenschap van 2016 met Mercedes, waarna Rosberg kort daarna verrassend zijn vertrek uit de sport aankondigde. Tweevoudig wereldkampioen Mika Hakkinen vatte het in maart 2006 treffend samen: Rosberg had de potentie om zelfs wereldkampioen te worden.